Kennistafel Veiligheid Windenergie

Wet- & Regelgeving

Het onderdeel wet- & regelgeving is opgesplitst in drie onderdelen:
Wetten, besluiten, regelgeving, etc. Stroomschema verschillende wet- en regelgeving Jurisprudentie

Jurisprudentie

In de afgelopen jaren is er verschillende jurisprudentie ontstaan op het gebied van windturbines en externe veiligheid. Deze pagina bevat essentiële jurisprudentie. Indien u op de naam klinkt wordt de volledige uitspraak weergegeven. De jurisprudentie heeft een sterrenaanduiding gekregen, waarbij *** belangrijke jurisprudentie betekent en * jurisprudentie waarbij externe veiligheid een rol speelt. Bij het toekennen van de deze sterren, is rekening gehouden met wetswijzigingen. De informatie bij de jurisprudentie geeft de interpretatie van Antea Group weer. Voor het totaaloverzicht van de juridische overwegingen wordt verwezen naar de bijgevoegde uitspraak van de rechter/ Raad van State.

*201901823/1/R1. 24 december 2019, berekening risico.

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Voorafgaand aan de vergunningaanvraag is een kwalitatieve risicoanalyse gemaakt waarin de exacte ligging van de plaatsgebonden risicocontouren van de windturbines is berekend op basis van de uitgangspunten die in het Handboek risicozonering windturbines zijn opgenomen. De Afdeling stelt dat de installaties in de omgeving van de voorziene windturbines zijn betrokken in de risicoanalyse. De Afdeling stelt vast dat het college de kans op ongelukken als gevolg van een mogelijk domino effect heeft onderzocht aan de hand van de informatie uit risicokaart.nl. De risicokaart geeft informatie over risicosituaties, waaronder ongevallen met gevaarlijke stoffen. De Afdeling heeft geen aanleiding te twijfelen aan de weergave op de risicokaart.nl. De appellanten vrezen dat omwonenden worden getroffen door afbrekend ijs dat afkomstig is van draaiende rotorbladen. De Afdeling concludeert dat volgens de voorschriften van de omgevingsvergunning de windturbines zullen worden uitgerust met een ijsdetectiesysteem, zodat deze automatisch worden stilgezet indien ijsafzetting optreedt. Ook wordt door de afdeling aangeven dat de reclamant geen belang heeft om op te komen voor de bescherming van personen in de buitenlucht (relativiteitsvereiste).


**201809023/1/R1, 18 december 2019, Omgang met overgangsrecht objecten.

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Nabij de geprojecteerde windturbines zijn grote logistieke distributiecentra aanwezig. Delen van deze centra worden overlapt door de 10-6-contour van de geprojecteerde windturbines. Het vigerende bestemmingsplan staat geen kwetsbare objecten toe, de regeling in het Inpassingsplan eveneens niet.


*201809432/1/R1., 6 november 2019, Toepassing obstakelverlichting / Relativiteitsvereiste

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Appellanten vrezen dat de altijd brandende obstakelverlichting van de windturbines tot op grote afstand overlast zal veroorzaken. De ministers hebben voor Windplan Blauw op basis van de richtlijn voor het aanbrengen van hindernismarkering en hindernislichten op objecten een verlichtingsplan opgesteld om de luchtvaartveiligheid te waarborgen. Wegens de luchtvaartveiligheid zal verlichting worden aangebracht op de mast en gondel van windturbines hoger dan 150m.


**201809473/1/R1., 2 oktober 2019 Toegevoegd risico, relativiteitsvereiste radarverstoring

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Appellanten betogen dat het windpark leidt tot een vanuit het oogpunt van de externe veiligheid onaanvaardbare situatie in de omgeving van het plangebied. Zij betogen dat de plaatsing van een windturbine op een perceel in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat op het perceel een bovengrondse tank ligt.br>

*201803297/1/R2., 7 augustus 2019. plaatsgebonden risicocontour bepalend, niet de werpafstand / IJsafworp

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

De Afdeling constateert dat voor het bepalen van het plaatsgebonden risico in het Handboek risicozonering windturbines (hierna: Handboek) kan worden uitgegaan van de vuistregel dat de contour van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten gelijk is aan of de hoogste waarde van de ashoogte plus de halve rotordiameter (tiphoogte) of de generieke maximale werpafstand bij nominaal toerental. Voor de contour van 10-5 per jaar voor beperkt kwetsbare objecten wordt in het Handboek als vuistregel de halve rotordiameter gehanteerd. Daarnaast is berekening van het risico mogelijk.br>

*201708737/1/R3., 19 juni 2019 Toegevoegd risico bij scheepvaart // radarverstoring

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Appellanten betogen dat veiligheidsrisico’s voor de mogelijke gevolgen voor omwonenden in het geval een schip met gevaarlijke stoffen die vaart over de Oude Maas wordt geraakt door (onderdelen van) een windturbine of door radarverstoring een ongeval krijgt zijn onderschat.br>

**201703385/1/R3., 29 mei 2019, Diverse veiligheidsaspecten

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

De appellanten ervoor dat een afstand van 2300m als uitgangspunt moet worden gehanteerd. Het gaat volgens hen om ernstige structurele, cumulatieve hinder door slagschaduw, verlichting, trillingen, blootstelling aan pulserend (laagfrequent) geluid en externe veiligheidsrisico’s. De Afdeling acht de effecten op een afstand van meer dan 2000m van het windpark niet zodanig, dat sprake is van gevolgen van enige betekenis.br>

*Uitspraak 201706905/1/R1 en 201805064/1/R1, 17 april 2019, Onderlinge afstand tussen windturbines

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Onderlinge afstand tussen windturbines vanuit veiligheidsoptiek groot genoeg omdat de deze buiten elkaars werpafstand staan. Daarnaast bevinden zich binnen die afstand geen geen woningen of andere kwetsbare objecten.


*201806841/1/R3, 6 maart 2019. Woning ruim buiten 10-6-contour gelegen.

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Appelant betoogt dat het windpark tot onaanvaardbare veiligheidsrisico’s zal leiden omdat er mogelijk onderdelen van de windturbines zullen afbreken. Daarnaast vreest appalant voor ijsvorming op de windturbines. De raad stelt zich op het standpunt dat de genoemde risico’s zijn onderzocht in het kader van het MER. De PR 10⁻⁶ contour is gelegen op een afstand van 160 m rondom de windturbines. Gelet op de afstand van de dichtstbijzijnde windturbine tot de woning van appalant, is het volgens de raad niet aannemelijk dat hij gevolgen kan ondervinden ten aanzien van het aspect externe veiligheid.


*201706086/1/R1, 13 februari 2019, Afstand tot kwetsbaar object en relativiteitsvereiste.

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Woningen liggen buiten de 10-6-contour. Verder is de relativiteitsvereiste van toepassing op het al dan niet vermeende toegevoegd risico bij het vervoer van gevaarlijke stoffen over een nabij gelegen spoorlijn.


*Uitspraak 201709490/1/R6, 19 december 2018. Plan voldoet niet aan het Activiteitenbesluit

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Gesteld wordt dat een sfeerwoning dient te worden aangemerkt als gevoelige object in het Activiteitenbesluit milieubeheer, omdat dit geen bedrijfswoning is. Vast staat dat ter plaatse van de woningen en de percelen, voor zover daarop een woning is voorzien, waaraan de aanduiding "Overige zone - woning in de sfeer van het windturbinepark" is toegekend, niet kan worden voldaan aan de normen die in het Activiteitenbe-sluit en de Activiteitenregeling voor geluid en slagschaduw zijn opgenomen. Het besluit waarbij het plan is vastgesteld is gelet daarop in strijd met de daarvoor vereiste zorgvuldigheid voorbereid en berust niet op een deugdelijke motivering en wordt vernietigd.


*201708327/1/R6., 14 november 2018 Afstand tot recreatiewoningen

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Reclamanten stellen dat de windturbine op minder dan 400 meter van hun recreatiewoningen en woningen staan. Daardoor zouden deze woningen binnen de risicozone liggen. Daarbij hebben reclamanten zich gebaseerd op de maximale werpafstand bij ‘overtoeren’ (405 meter). De Afdeling constateert dat getoetst moet worden aan de 10-6-contour en niet aan een werpafstand.


**Uitspraak 201707660/1/R3 en 201710405/1/R3, 07 november 2018 Toepassingsgebied beleidsregel Rijkswaterstaat.

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Het betoog dat de windturbines te dichtbij de N33 komen te staan en daarmee in strijd zijn met artikel 3 van de beleidsregel voor het plaatsen van windturbines in of over rijkswaterstaatwegen wordt ongegrond verklaard. Rijkswaterstaat heeft twee onderzoeken verricht omtrent externe veiligheid en de verkeersveiligheid, waaruit blijkt geen onaanvaardbaar verhoogd veiligheidsrisico bestaat.


**201803060/1/R6, 31 oktober 2018 Toepassen obstakelverlichting.

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

De Afdeling stelt vast dat niet in geschil is dat obstakelverlichting op grond van internationale burgerluchtvaartregelgeving moet worden toegepast bij de windturbines die hoger zijn dan 150 m.


*201707417/1/R6, 19 september 2018 Diverse argumenten tegen windenergie ongegrond op basis van zorgvuldig vooronderzoek.

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Deze uitspraak bevat een bloemlezing van diverse (vermeende) nadelige effecten van windturbines. Zorgvuldig vooronderzoek biedt de Afdeling een basis om de argumenten van de reclamant te weerleggen.


**201709407/1/R6, 4 juli 2018, Relativiteitsvereiste van toepassing: omwonende kan zich niet beroepen op veiligheidsnormen voor reizigers op een spoorlijn.

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Het betoog van de appellant heeft betrekking op de naleving van de normen voor het beperken van de veiligheidsrisico van treinreizigers. Daarbij spreekt hij vanuit een ander belang waarvoor de appellant in deze procedure bescherming zoekt, namelijk de bescherming van zijn woon- en leefklimaat. De geding zijnde heeft de veiligheidsnorm niet tot doel.


**201707598/1/R6/18 juli 2018, In een vergunningaanvraag hoeft geen keuze voor een windturbine te worden gemaakt. Het scenario brand in de gondel is verwerkt in de faalkansen van de risicoanalyse

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

In een vergunningsaanvraag hoeft niet al een keuze voor het type windturbine te worden gemaakt. Het is aan het college om bij de beoordeling van de aangevraagde omgevingsvergunning uit te gaan van een ‘’worst case scenario’’ binnen de in de aanvraag vermelde bandbreedten.


*201709430/1/A1/25 april 2018, 50 kV is geen hoogspanning, afstandseisen niet van toepassing.

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Het Handboek Risicozonering Windturbines geeft informatie voor het beoordelen van schade aan het transportnetwerk voor 110kV to t380kV, omdat het bezwijken van dat netwerk tot grote maatschappelijke ontwrichting kan leiden. 50 kV wordt niet als hoogspanning beschouwd.


**201608423/1/R6 en 201703826/1/R6, 21 februari 2018. Status Handboek risicozonering windturbines en beoordelingscriteria

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Deze uitspraak bevat de uitspraak op vele argumenten die tegen een plan voor een windpark zijn ingebracht. De argumenten richten zich daarbij tegen het Handboek risicozonering windturbines en vele andere beoordelingscriteria. Omdat er veel aspecten worden besproken, is er een samenvatting toegevoegd.


***201608033/1/R3, 24 januari 2018 Kleine windturbines: besluit gebaseerd op onvoldoende kennis

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Het Handboek risicozonering windturbines is bedoeld op windturbines van 1 tot 5 MW. Het handboek is daarmee niet toegespitst op kleinere windturbines. Voor sommige kleine windturbines is nog onduidelijkheid over de risicosituatie. Dit had bij de besluitvorming betrokken moeten worden. Het plan bevat daarmee onvoldoende waarborgen voor de belangen van TenneT.


*201603535/1/R6., 1 februari 2017:

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

In deze uitspraak komen een aantal ruimtelijke criteria aan bod het aanleggen van een ondergrondse hoogspanningsleiding. Hierbij wordt ook de relatie met windturbines beschouwd.


*** 201504506/1/R6, 4 mei 2016, hogedrukaardgastransportleiding object hoge infrastructurele waarde/ijsafwerping

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

De windturbines zijn deels geprojecteerd in de nabijheid van een aantal hogedrukaardgastransportleidingen. De Afdeling geeft aan dat dit objecten van hoge infrastructurele waarde zijn. (En geeft daarmee impliciet aan dat dit beperkt kwetsbare objecten zijn). Ten aanzien van ijsafwerping oordeelt de Afdeling dat de gronden onder een groot gedeelte van de turbines niet openbaar toegankelijk is. De turbines waarbij dit niet het geval is worden uitgerust met een ijsdetectiesysteem en indien dit systeem ijs op de rotorbladen detecteert zal de turbine kruien naar een positie waarbij de grond onder de rotor niet openbaar toegankelijk is. Hierdoor wordt de kans dat een passant geraakt kan worden door ijsafwerping gelimiteerd tot het minimum en is de raad van oordeel dat de veiligheid ook op dit punt voldoende geborgd is.


*** 2015003226/1/R6, 16 maart 2016, Ondergrens beperkt kwetsbaar object

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Binnen de 10-5-contour bij windturbines zijn beperkt kwetsbare objecten niet toegestaan. Alleen, waar ligt de ondergrens? Wanneer is een object niet meer te beschouwen als een beperkt kwetsbaar object? Deze uitspraak geeft hierin meer duidelijkheid.


*** 201306769/1/R6, 20 augustus 2014, Effecten windturbines goed afgewogen, systeem van flexibele verankering in bestemmingsplan toelaatbaar

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Deze uitspraak bevat (ook) meerdere externe veiligheidsaspecten, waaronder de externe veiligheid ten gevolge van windturbines. De in dit besluit opgenomen wijze van zonering van windturbines, en de motivatie omtrent vermeende dominoeffecten wordt akkoord bevonden.


** 201400744/1/A4, 25 Juni 2014, Waterwet ziet niet op veiligheid personen in relatie tot het risico van windturbines

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Risico van windturbines: de veiligheid van het personeel en de bezoekers op het park geen belangen zijn die op grond waarvan de aangevraagde Waterwet-vergunning zou kunnen worden geweigerd.


* 2013074/1/R1, 4 december 2013, Veiligheidsregio relevante adviseur

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Het Activiteitenbesluit kent niet zoals bijvoorbeeld het Besluit externe veiligheid inrichtingen de verplichting om de Veiligheidsregio niet in de gelegenheid te stellen om te adviseren over windturbines. Toch kan dit verstandig zijn, getuige deze uitspraak.


* 201303872/1/R6, 25 september 2013, Effect windturbines op vliegvelden

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Deze uitspraak gaat in op de invloed van windturbines op oa naderingsprocedures van vliegtuigen.


** 201201470/1/T1/R2, 21 november 2012, IJsafslag

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Binnen deze casus speelt discussie omtrent de berekeningswijze van ijsafslag. De voorgestelde technische oplossingen worden door de Afdeling als afdoende beoordeeld.


*** 201004316/1/R1, 4 april 2012, Ontheffingsmogelijkheid voor windturbines in relatie tot mogelijkheden bestemmingsplan

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

In een bestemmingsplan is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen voor om, eventueel, in later stadium windturbines te kunnen realiseren. De casus laat zien dat het moeder bestemmingsplan hiervoor reeds een goede basis moet bieden om latere conflicten te voorkomen.


*** 201100875/1/R2, 8 februari 2012, Kortstondig aanwezige personen worden niet getoetst aan het plaatsgebonden risico. Dieren worden niet beschouwd in het kader van het groepsrisico.

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Deze uitspraak bevat de volgende essenties:

* 201007061/1/R4, 11 januari 2012, EV afstanden voldoende onderzocht

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Het Handboek risicozonering windturbines uit 2005 heeft als basis gefunctioneerd voor het onderzoeken van de risico's voor objecten in de omgeving. Situatie is aanvaardbaar.


** 201001213/1/R4, 11 januari 2012, Risico voor omgeving voldoende beschouwd

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Het park voorziet in het plaatsen van windturbines nabij objecten die nadelige effecten kunnen ondervinden van een incident bij die windturbines. Het bevoegd gezag heeft deze aspecten naar mening van de Afdeling voldoende beschouwd. Relevant is voor een aantal objecten de afstand in overleg met de beheerder van die objecten is afgestemd.


* 201103574/1/H4, 7 december 2011, Op basis van het Activiteitenbesluit is alleen beoordeling van het plaatsgebonden risico mogelijk

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Reclamanten stellen dat het beoordelingskader van het Activiteitenbesluit onvoldoende is. De Afdeling overweegt dat vanuit het Activiteitenbesluit alleen getoetst mag worden aan de normen die in dat besluit gesteld zijn. De kans op beschadigingen aan leidingen ed, moet worden beoordeeld in de ruimtelijke procedure.


*** 201102155/1/R4, 7 december 2011, het luchtkrachtenmodel is een geaccepteerd rekenmodel

Essentie uitspraak in relatie tot externe veiligheid:

Een reclamant stelt onder andere dat de risicoberekening van een windturbine uitgevoerd moet worden met een kogelbaanmodel. De Afdeling geeft aan dat het luchtkrachtenmodel een aanvaard model is dat een meer realistische bepaling van de werpafstand geeft.